Tussen bed en lab

Posted on 2 jan '07

Het is de schrik van iedereen die kanker heeft: uitzaaiingen. Piepkleine kankercellen nestelen zich op onmogelijke plekken om daar uit te groeien tot een tumor die flinke schade aan omliggend weefsel veroorzaakt. Kankeronderzoeker Bob Pinedo wijdde meer dan dertig jaar aan het zoeken en verfijnen van methodes die de groei van de uitzaaiingen drastisch tegenwerken. Met succes.

Bob Pinedo voorspelt dat in 2025 de meeste vormen van uitgezaaide kanker chronische aandoeningen zijn. Die positieve visie had hij dertig jaar geleden nog niet, toen hij als internist chef de clinique werd in Utrecht. Hij was toen 29. Pinedo: “Ik zag daar zoveel kankerpatiënten verpieteren. Er was zo’n negatief beeld over hun ziekteverloop. Het enige wat we konden was operatief ingrijpen, als het nog niet was uitgezaaid. Tegen de gevreesde ziekte bestond verder geen enkele remedie.”

Pinedo besloot daar verandering in te brengen. Hij ging twee jaar naar Amerika om zich in de ziekte te verdiepen, kwam terug en richtte in Utrecht zijn eigen kankeronderzoeksgroep op. Na drie jaar vertrok hij naar Amsterdam. Daar zit hij nog steeds. Vanuit zijn werkkamer in de polikliniek van de Vrije Universiteit kijkt hij uit over het Medisch Centrum aan de overkant. Zijn licht Antilliaanse accent geeft een beetje van zijn achtergrond prijs. Met een zachte stem vertelt hij over zijn aanpak: “Wat bij mij voorop staat is daadwerkelijke toepassing van wetenschappelijke kennis bij de patiënt. Maar daarbij: ieder mens is goud. Ik zoek voortdurend naar evenwicht tussen bed en lab.”

Minimaal wekelijks overlegt hij met collega-oncologen. Over de patiënten. Over onderzoek. Hij vindt het daarbij belangrijk dat oncologen hun eigen mening vormen over kanker. Dat ze verschillende invalshoeken bekijken, verschillende middelen toepassen. Hoe? “Door na te denken”, zegt hij, “ook over wat je niet weet. Ik heb altijd gekozen voor moeizame onderwerpen binnen het kankeronderzoek, anders bleven die liggen.”

Ademnood
Een van de succesvolle zoektochten die Pinedo ondernam, ging naar de zuurstofvoorziening in het binnenste van een tumor. Iedere cel in ons lichaam heeft zuurstof nodig. Ook een kankercel. De benodigde zuurstof haalt de cel uit de in bloedvaatjes voorbijkomende rode bloedlichaampjes. Omdat de tumorklont groeit, krijgen de cellen in het midden van het gezwel ademnood, daar zijn immers geen bloedvaatjes. Binnenin een gezwelletje ter grootte van een speldenknop krijgen cellen het al benauwd. Pinedo ontdekte dat het de bloedplaatjes zijn die de naar lucht snakkende woekercellen geven wat ze willen. “Een bloedplaatje dat vastloopt op een tumor stort groeihormonen uit. Die hormonen stimuleren bloedvaatjes zich ter plekke te splitsen en verder te groeien. Zo krijgen de kankercellen weer lucht.”

“De rol van bloedplaatjes in de aanmaak van bloedvaatjes in gezwellen werd lang niet gezien. Maar de plaatjes blijken juist stampvol te zitten met stofjes die voor tumoren erg prettig zijn”, zegt de professor nog steeds enthousiast. Pinedo onderzocht daarom patiënten die veel bloedplaatjes hebben. “Patiënten met veel bloedplaatjes zijn slechter af. Hun tumoren groeien sneller. Als je nu in staat zou zijn het groeihormoon te neutraliseren in het bloedplaatje, dan belemmer je de groei van de tumor,” bedacht hij.

Vier miljoen
Toen Pinedo in 1997 de Spinozapremie ontving, een bedrag van vier miljoen gulden te besteden aan wetenschappelijk onderzoek naar keuze, dacht hij diep na – in welk onderzoek zou hij zijn gewonnen geld steken? Hij besloot zijn ontdekking tegen vaatgroei in de tumor op grote schaal bij zijn patiënten toe te passen. Pinedo: “Het eerste middel had allerlei vervelende bijwerkingen. Ook het tweede middel was geen succes. Maar bij het derde middel werd het interessant. En op dit moment hebben we écht effectieve medicijnen.”

Een ander resultaat kwam in 1999 uit Pinedo’s onderzoekslab. De oncoloog speelde al langer met het idee mensen te vaccineren tegen kanker, met hun eigen kankercellen. “We kwamen erachter dat het werkte. We wisten alleen niet precies hoe. De weg terug, het verfijnen en achterhalen van wat nou precies het succes van de methode is, bleek een langzame.”

Andere onderzoeksgroepen namen zijn idee over en verfijnden het. Net als bij ouderwetse vaccinatie spuit men bijna-dode cellen in de huid. Daar wordt het immuunsysteem actief. Dat herkent de ongewenste indringers en ruimt ze op. Pinedo: “Dit heeft alleen zin als je weinig uitzaaiingen in het lichaam hebt.”

Op dit moment worden vaccins ontwikkeld met karakteristieke eiwitten van een kankercel. De patiënt krijgt niet meer zijn lichaamseigen kankercellen ingespoten, maar een universeel vaccin. Onderzoeksgroepen werken aan therapieën die behalve werkzaam, ook praktisch toepasbaar zijn in de kliniek. In Pinedo’s kliniek is een vaccin tegen baarmoederkanker in ontwikkeling.

Wat gek!
Om een nieuwe behandeling te ontwikkelen en andere kankeronderzoekers ervan te doordringen dat andere methodes werkzaam zijn is een tijdrovend proces. Nieuwe ideeën moeten worden onderzocht en de resultaten en toepassingen verfijnd. Pinedo constateert behoudendheid. “Veel oncologen zijn erg gericht op de tumor zelf. Niet op bloedvaatjes, bloedplaatjes of het immuunsysteem. Acceptatie van nieuwe ideeën kost altijd tijd. De eerste reactie is vaak: ‘Wat gek!’.” Vandaar dat hij zijn studies naar biologische processen in tumoren wereldwijd promoot. Pinedo deelt graag zijn kennis en stimuleert oncologen oude gewoontes overboord te zetten. “Een proces van jaren.”

“Er is zoveel bekend geworden over de biologie van de cel. Die kennis was er echt niet in de jaren tachtig. Alle cellen en stofjes om de tumorcel heen praten met elkaar. Ze spreken een ingewikkelde taal waar we maar moeizaam grip op krijgen. Maar er is een matrix, een systeem. En in dat systeem krijgen we steeds meer inzicht.” Pinedo ziet het als een enorme puzzel. “En iedere onderzoeksgroep werkt aan die puzzel mee,” constateert hij. Kankervaccinaties, het klonk als een schot in het duister, vijftien jaar geleden. Over een paar jaar is vaccinatie niet meer weg te denken uit het arsenaal van de oncoloog.

Chemo-pompbediende
Met de voortschrijdende kennis, de toegenomen levensverwachtingen wordt de vraag naar kankerspecialisten steeds groter. Zijn er wel genoeg oncologen? Pinedo, fel: “Nee, absoluut niet! Er is een groot tekort. Kanker vergt veel denkwerk van de moderne dokter. Ze moeten veel behandelingsmethodes leren kennen en de bijwerkingen daarvan leren herkennen. Een hedendaagse oncoloog is een gespecialiseerde internist, geen pompbediende die iedere drie weken chemo spuit.”

Het onderzoek dat Pinedo doet, vraagt om een degelijke infrastructuur. “Ontwikkelingen duren veel langer dan nodig”, is de mening van de professor. Met de oprichting en bouw van het Cancer Center Amsterdam (CCA) bij het VUmc draagt Pinedo meer dan een steen bij in de strijd tegen kanker. Pal aan de rondweg A10 staat sinds dit jaar bij afslag S108 een kleurrijk gebouw. Het is de verstoffelijking van een diepe wens van Pinedo: een Amsterdams kankercentrum binnen de muren van zijn academische ziekenhuis. Patiëntenzorg en wetenschappelijk onderzoek onder één dak. De leiding van dat kankercentrum droeg hij over, maar zijn hart ligt nog steeds bij de patiënt.

Uit: ‘Verwondering, Wetenschap in Nederland’ Hoofdstuk 6: De maakbare mens.
NWO 2006, uitgeverij BOOM

Be the first to leave a comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *