Dak- en thuislozen krijgen het warm van ‘Leids Lekkers’

Posted on 1 nov '06

‘Touwtering, wat is dit heet’

De Indonesische toko Ibu Tjilik verzorgde afgelopen woensdag de nieuwjaarsmaaltijd voor vijftig Leidse dak- en thuislozen in het Slaaphuis op de Boommarkt. Het etentje werd mogelijk gemaakt door de verkoop van de culinaire gids ‘Leids Lekkers’ bij vijf Leidse boekhandels in november en december.

‘Touwtering, wat is dit heet’, zegt Christiaan van As. Met zijn 79 jaar is hij, volgens hemzelf, de oudste Leidse dakloze. Don, zijn buurman aan tafel knikt instemmend. ‘Ik mag dan een Aziaat zijn maar bij mij breekt het zweet er ook van uit.’

In de grote zaal van Het Slaaphuis zijn de bedden een beetje aan de kant geschoven en hebben plaats gemaakt voor lange tafels. Om 16.00 uur ging de zaal open en stond er een drankje klaar voor iedere bezoeker. Yvonne Zaat is werkzaam bij het Slaaphuis. Samen met acht andere medewerkers draait zij bij toerbeurt de nachtopvang. ‘Ja hoor, we kennen iedereen hier. We gaan niet gelijk eten want dan is het opscheppen, innemen en klaar. Het gaat ook om de gezelligheid.’ Er wordt flink gekletst, de radio staat op de Leidse hitzender Holland Centraal. ‘In ons oude onderkomen op de Nieuwstraat had dit niet gekund. Dat was te klein, te oud en ook te onveilig geworden. We zitten dan wel tijdelijk in dit pand aan de Boommarkt, maar voorlopig zitten we hier ruim en warm.’

Het Slaaphuis biedt nachtopvang voor zestien dak- en thuislozen. Het opent ’s avonds om 20.00 uur en sluit ’s ochtends om 09.00 uur. ‘Samen met een andere medewerker zorg ik voor de mensen, de bedden en we houden de boel in de gaten. Om 10.30 gaat de deur dicht, je kunt er dan niet meer in. Alleen voor crisisgevallen kan de politie bij ons aankloppen, daar houden we twee bedden voor vrij. Om 07.30 gaat de wekker, we maken dan iedereen wakker en zetten een ontbijt klaar. Om 09.00 uur moet iedereen weer weg zijn.’

Christiaan en Don kennen elkaar van het Slaaphuis. ‘We trekken wel veel met elkaar op. Hier binnen hoor, verder niet,’ zegt Don. Beide mannen maken intensief gebruik van de slaapgelegenheid. ‘Ik ben nu zo’n anderhalf jaar dakloos,’ zegt Don, ‘de eerste weken sliep ik in een mini, jeweetwel, zo’n piepklein autootje. Ik heb ook veel in portieken en in de bosjes geslapen. Op plekjes waar je beschut kunt liggen en onontdekt kunt blijven. Als ik makkelijk gezien kan worden dan kan ik niet slapen, ik blijf alert en duik dan weg. Het duurde wel een half jaar voor ik erkende dat ik dakloos was en ontweek hulp. Nu gaat het wel een beetje beter. ’s Nachts ben ik hier en overdag zit ik bij Parnassia in de dagopvang.’

Binnen anderhalf uur zit het Indonesische feestmaal achter de knopen. Er komt wat meer beweging in de groep, er wordt opgeruimd, rondgehangen. Langzaam druppelt de zaal weer leeg. Aan de stemming is te merken dat het initiatief van ‘Leids Lekkers’ goed werd gewaardeerd. ‘Ik vind het best’, zegt Christiaan, ‘er zit alleen een vreemde op m’n bed. Hee, wegwezen!’, zegt hij met een grijns.

Geplaatst in het Leids Dagblad op 14 januari 2004

Be the first to leave a comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *