Kopklas zoekt nieuwe knappe koppen

Posted on 18 apr '06

Op het Vlietland College aan de Apollolaan geeft Marlies Merkestein Nederlandse les aan een bijzondere groep kinderen. In de klas zitten twaalf Leidse kinderen met een taalachterstand die wel de capaciteit hebben een HAVO of VWO diploma te halen. In deze ‘Internationale Kopklas’, een jaar extra onderwijs na de basisschool, geven de leerkrachten de kinderen zoveel mogelijk bagage mee. “Ze krijgen zo’n boost dat het gewoon goed gaat. Afvallers zijn er gewoon niet,” vertelt Merkestein enthousiast.

Marlies Merkestein, de enthousiaste coördinator en leerkracht van de Leidse Internationale Kopklas verzorgt samen met een collega het lesprogramma. Op dit moment, aan het eind van het schooljaar, verwijst ze de kinderen naar het beste vervolgonderwijs en begint ze met het samenstellen van de groep van volgend jaar. “We willen graag dat meer ouders over deze kopklas horen en lezen. Het is geen verloren jaar, maar juist een opstap naar een hogere opleiding,” benadrukt Merkestein.

“Thuis spreken ze meestal een andere taal, vaak Arabisch. Geen Nederlands, of nog erger, slecht Nederlands,“ zegt Merkestein. “Hun achterstand zit vooral in de woordenschat, de zinsbouw en het begrijpend lezen. Daar hebben ze vooral weer last van bij de andere vakken, zoals aardrijkskunde en biologie. Alle woorden die in een week gezegd worden met het verkeerde lidwoord schrijf ik op een groot vel papier met het juiste lidwoord erbij. Iedere week krijgen ze er een proefwerk over. Taalgevoel is echt nog aan te leren op deze leeftijd. Het zijn slimme kinderen dus die pikken het prima op.”

 

Yasser leest de klas voor over de ‘directe rede’ en de ‘indirecte rede’. Merkestein schrijft op het schoolbord een zin uit met grote leestekens. “Je vraagt óf iets goed is en je zegt dát iets goed is,” legt de juf uit. “Je zegt niet of iets goed is.” De klas grinnikt. De bel gaat. Merkestein geeft huiswerk op: “Bladzijde 115, alléén oefening 9 maar wel helemaal foutloos!”

Hoewel de nadruk dit schooljaar ligt op het Nederlands, zit de groep niet alle dagen in het klaslokaal. Vooral in het begin van het schooljaar gaan ze er regelmatig op uit. Naar de Tweede Kamer, de duinen, het museum van oudheden. Aan het eind van het jaar komen er leerkrachten van de middelbare school om proeflessen te geven. Zo maken ze vast kennis met vakken uit het voortgezet onderwijs zoals Frans, wiskunde en biologie. “We proberen ze zoveel mogelijk bagage mee te geven, ze boven hun eigen niveau uit te tillen,” legt Merkestein uit.

Bij Mohamed thuis spreekt de hele familie Arabisch. “Ik ben de enige die thuis goed Nederlands spreekt,” zegt hij. Ook Mohamed kreeg VMBO als advies naar aanleiding van zijn score bij de Cito-toets. “Ik was heel nerveus bij de toets”, verklaart hij het voor hem tegenvallende advies. Heel moeilijk vindt hij de kopklas niet. “Het ligt eraan. Als je ervoor gaat, krijg je een heel goed gevoel over wat je doet en wil je nóg meer doen. Dat Nederlandse leerkrachten zoveel aandacht geven aan ons, daar ben ik blij om. Ze helpen écht. Na een maand of twee, drie hebben ze een goed beeld van jouw moeilijke dingen. En daar helpen ze je vervolgens mee.” Mohamed ontdekte in de kopklas dat hij “eigenlijk best wel heel goed” is in wiskunde. Volgend jaar wil hij alles op alles zetten om op het atheneum te komen.

 

In het laatste uur van deze dag werken de leerlingen zelfstandig. Merkestein zet de groep aan het werk: ”Snel opstarten. Binnen een minuut zijn we bezig.” Twee jongens zitten gebogen over een elektriciteitsdoos. In de hoek op de grond buigt een jongen zich over Kapla, een grote hoeveelheid houten blokken. “Dat is erg goed voor het ruimtelijk inzicht”, licht Merkestein toe. Een meisje is een wiskundig spel aan het onderzoeken. Achterin de klas staan twee computers. Twee meisjes oefenen er hun spelling op. “Ze krijgen geen muziek, geen handvaardigheid. Wel een paar uur gym. We geven vakken die ze voorbereiden op de brugklas. Zoals Engels, studievaardigheden, plannen, Nederlands en geschiedenis. We leren ze ook heel praktische dingen, zoals de krant lezen. Het is best zwaar. Hun vriendjes zitten al in de brugklas. Zij zitten met anderhalf tot twee uur huiswerk per dag. En we kijken alles na! Alles wordt verbeterd, alles wordt besproken.”

 

Rihane komt van de Lucas van Leijdenschool. Ook zij kreeg VMBO-advies naar aanleiding van haar Cito-score. Thuis praat ze Arabisch met haar moeder maar Nederlands met haar vader. “Mijn meester van groep 8 kwam op het idee me naar de kopklas te laten gaan. Hij vond dat ik best Havo zou kunnen halen. Ik heb best moeite met het gebruiken van werkwoorden in de goede tijd. We werken heel hard, je leert meer dan waar dan ook, maar ik vind het ook heel gezellig. Ik wil nu naar het atheneum en daarna studeren voor arts. Ik zou willen zeggen tegen andere kinderen uit groep acht: Als je de kans krijgt om naar de kopklas te gaan moet je het doen!”

 

Wie geïnteresseerd is in de kopklas kan dat het best tegen zijn meester of juf zeggen. Merkestein gaat alleen in gesprek als de leerkracht achter de aanmelding van de leerling staat. “Ik ga nooit in gesprek buiten de leraar van de geïnteresseerde leerling om. Vaak komt het initiatief ook bij de leerkracht zelf vandaan. Het kind heeft dan een lage Cito-score maar de docent ziet toch een kind dat een hoger niveau aan zou kunnen. Het gaat om kansrijke, allochtone kinderen. De ouders worden intensief betrokken bij het onderwijs. Zonder gemotiveerde ouders redden ze het niet.”

Marlies Merkestein wijst naar een lange jongen bij het raam. “Hij komt uit Koerdistan en heeft in Nederland vier jaar basisonderwijs gehad. Hij gaat zo hard dat hij volgend jaar naar de tweede brugklas gaat. Hij haalt alleen maar negens en tienen. Het is voor hem een uitkomst dat hij hier zo intensief begeleiding kan krijgen. Allochtonen staan zo vaak op een negatieve manier in de schijnwerpers. Dat heeft zijn weerslag op de kinderen. We geven daarom ook veel aandacht aan sociaal-emotionele zaken. Met deze kopklas laten we zien dat allochtone kinderen met een goede aanpak kansrijk kunnen zijn. Ze weten heel goed wat ze willen. Het maakt ze zelfverzekerd.”

Leids Nieuwsblad 17-04-2006

Be the first to leave a comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *